Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2004
Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO9639.
In de overweging van het hof komt tot uitdrukking dat volgens het hof in alle fasen voldoende verdenking heeft bestaan tegen verdachte om de onderzoeksmaatregelen te rechtvaardigen. Of het hof deze conclusie terecht heeft getrokken kan in cassatie niet ten volle worden getoetst. Dat, zoals ook de pleitnota in hoger beroep onder nr. 24 vermeldt, volgens Meijer in het eerste kwartaal van 1998 informatie bij de politie binnenkwam waaruit viel af te leiden dat verdachte betrokken zou zijn bij transporten van verdovende middelen draagt deze overweging van het hof al zelfstandig. Daarmee zijn alle bezwaren van de verdediging tegen de opsporing in de zogenaamde eerste fase van tafel; de kritiek van de verdediging was er immers op gebaseerd dat tegen verdachte geen enkele verdenking bestond in deze fase (nr. 29 pleitnota in hoger beroep), althans dat die informatie - in tegenstelling tot wat Meijer in zijn proces-verbaal van 29 januari 1999 heeft aangegeven - niet betrouwbaar moet worden geoordeeld. Het hof achtte die informatie, die uit verschillende bronnen afkomstig was, voldoende om een opsporingsonderzoek op te baseren, en dat is niet onbegrijpelijk. Het hof heeft er bovendien blijk van gegeven de inzet van de opsporingsmethoden te hebben getoetst aan eisen van noodzakelijkheid en evenredigheid.(6) Daarom mist hetgeen de steller van het middel onder 15 van de schriftuur aanvoert feitelijke grondslag. Overigens merk ik wel op dat de vaste rechtspraak van de Hoge Raad die ik ken inhield dat inderdaad observatie op voor anderen toegankelijke plaatsen ingeval van verdenking van ernstige misdrijven geoorloofd was, van welke vaste rechtspraak het hof kennelijk ook is uitgegaan.(7) Hetgeen het middel onder 16 te berde brengt doet niet ter zake nu de insteek van het hof duidelijk was; er was voldoende verdenking van ernstige misdrijven om deze opsporingsmethode van observatie te gebruiken. In tegenstelling tot wat de steller van het middel kennelijk meent was het hof niet gehouden nader op de afzonderlijke stellingen van de verdediging in te gaan, gelet op het hiervoor overwogene, laat staan dat het gehouden was de indeling in fasen zoals door de verdediging gemaakt tot de zijne te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c4ea6740b98711663cbd990998c3a9fc5665f55b1c981641f0decb002fdf8a18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c4ea6740b98711663cbd990998c3a9fc5665f55b1c981641f0decb002fdf8a18, en de alinea staat in dat document op bytes 20002 tot 22231.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c4ea6740b98711663cbd990998c3a9fc5665f55b1c981641f0decb002fdf8a18 | shasum -a 256