Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0084.

2.11 Bij de bespreking van het subonderdeel stel ik voorop dat in de literatuur, veelal in reactie op rechterlijke uitspraken, aandacht wordt besteed aan de vraag of sprake kan zijn van misbruik van de bevoegdheid om faillissement aan te vragen.(12) Misbruik van recht was aan de orde in de volgende uitspraken van de Hoge Raad: HR 7 oktober 1983, NJ 1984, 74; HR 10 november 2000, NJ 2001, 249 m.nt. PvS; HR 29 juni 2001, JOR 2001, 169 (MTW/FNV).(13) In deze laatste beschikking had het hof geoordeeld dat de aanvrager haar bevoegdheid tot het doen van aangifte tot faillietverklaring heeft uitgeoefend voor een ander doel dan waarvoor zij is verleend, namelijk om door deze aangifte af te komen van haar verplichtingen tegenover haar werknemers en aldus deze bevoegdheid heeft misbruikt. De cassatieklacht tegen dat oordeel had betrekking op de kwestie of een belangenafweging aan de orde komt bij beoordeling van de vraag of een bevoegdheid is misbruikt doordat zij is uitgeoefend voor een ander doel dan waarvoor zij is verleend; de Hoge Raad oordeelde dat - naar volgt uit art. 3:13 lid 2 BW - dit niet het geval is.(14)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d06c60e04aab25903bb6f130a433a2f61b40a50065be187179a08ae80644b7a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d06c60e04aab25903bb6f130a433a2f61b40a50065be187179a08ae80644b7a, en de alinea staat in dat document op bytes 26970 tot 28108.