Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 augustus 2004

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 17 augustus 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 augustus 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0169.

10. Voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is ingevolge art. 2 lid 1 Algemene wet op het binnentreden een schriftelijke machtiging vereist. Art. 5 lid 1 Algemene wet op het binnentreden bepaalt dat de machtiging wordt gegeven voor het binnentreden in één in de machtiging te noemen woning. Zo nodig kan in de machtiging worden bepaald dat zij tevens geldt voor ten hoogste drie andere afzonderlijk te noemen woningen. Het ten tijde van de onderhavige binnentreden geldende art. 49 (oud) Wet wapens en munitie bepaalt dat de bij of krachtens artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering aangewezen ambtenaren te allen tijde op plaatsen waar zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat wapens of munitie aanwezig zijn, ter inbeslagneming huiszoeking kunnen doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2bf48bd596a36017166a174da09a8d0f559c98e36d4cb8339adc8edd01bb4707. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2bf48bd596a36017166a174da09a8d0f559c98e36d4cb8339adc8edd01bb4707, en de alinea staat in dat document op bytes 12788 tot 13592.