Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0187.

"Uit het proces-verbaal ter terechtzitting van 8 november 2002 van de politierechter te Haarlem blijkt dat de zaak van de verdachte bij verstek is behandeld daar de aldaar aanwezige raadsman, mr. Van Schijndel, advocaat te 's-Gravenhage, geen schriftelijke machtiging kon overleggen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte verklaard dat hij tijdens de zitting in eerste aanleg heeft aangegeven door zijn cliënt uitdrukkelijk mondeling te zijn gemachtigd de verdediging te voeren, in de zin van artikel 279 van het Wetboek van Strafvordering. Hiermee heeft de politierechter echter geen genoegen genomen. De beslissing van de politierechter het onderzoek ter terechtzitting bij verstek te doen plaatsvinden is onjuist. Het Hof zal de zaak echter niet terugwijzen, daar de raadsman van de verdachte daartoe geen verzoek heeft gedaan."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e2e7aaa602fda17f73bd5fd87fd54701697d36b9dfdf43ecd7c40cfc456c5e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e2e7aaa602fda17f73bd5fd87fd54701697d36b9dfdf43ecd7c40cfc456c5e1, en de alinea staat in dat document op bytes 5633 tot 6510.