Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004

Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0187.

10. In latere jurisprudentie is een bevestiging van deze rechtspraak te vinden(7). Dat betekent dus dat de Hoge Raad een onderscheid lijkt te maken tussen de gevallen van behandeling in eerste aanleg bij verstek waarin verdachtes raadsman niet was verschenen omdat hij ten onrechte niet was toegevoegd of opgeroepen en die waarin de wel aanwezige raadsman ten onrechte niet het woord heeft mogen voeren. Volgens De Hullu(8) is in de arresten van januari 1995 sprake van een nieuwe maatstaf. Bij de beantwoording van de vraag of moet worden teruggewezen of niet zou voortaan beslissend zijn of de zaak al dan niet had mogen worden aangevangen, terwijl aanvankelijk bepalend was of de rechter aan de beraadslaging als bedoeld in art. 350 Sv had mogen toekomen. In de nieuwe optiek mag in geval de raadsman aanwezig is de behandeling wel worden aangevangen en is terugwijzing dus niet op zijn plaats ook al wordt de raadsman ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld het woord te voeren. Schending van art. 41 Sv of 51 Sv vormt een beletsel om de zaak aan te vangen en dient dus tot terugwijzing te leiden. De Hullu zet verder uiteen dat een en ander goed past binnen het Nederlandse stelsel van strafvordering en dat ook vanuit Straatsburgs perspectief strengere eisen zeker niet nodig zijn. Fouten in eerste aanleg kunnen in appèl immers voldoende worden gecompenseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e2e7aaa602fda17f73bd5fd87fd54701697d36b9dfdf43ecd7c40cfc456c5e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e2e7aaa602fda17f73bd5fd87fd54701697d36b9dfdf43ecd7c40cfc456c5e1, en de alinea staat in dat document op bytes 14686 tot 16070.