Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0187.

11. Op het voorgaande dient mijns inziens nog een verfijning te worden aangebracht. Heeft in een verstekzaak verdachtes raadsman, hoewel ter terechtzitting aanwezig, niet het woord mogen voeren ter verdediging, dan is terugwijzing inderdaad niet noodzakelijk. Heeft verdachtes raadsman echter ook niet de gelegenheid gekregen het woord te voeren ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte en om aanhouding van de behandeling van de zaak te verzoeken met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of ten behoeve van het alsnog verkrijgen van een machtiging als bedoeld in art. 279 Sv(9) dan is terugwijzing op zijn plaats. In het laatste geval is het verschijnen van verdachtes raadsman ter terechtzitting immers van geen enkele betekenis voor het proces omdat hem iedere gelegenheid werd onthouden verdachtes belangen ook maar enigszins te behartigen. Daarom valt dit laatste geval gelijk te stellen met een geval waarin de raadsman niet verschijnt omdat hij ten onrechte niet op de hoogte is gesteld van dag en tijd van de terechtzitting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e2e7aaa602fda17f73bd5fd87fd54701697d36b9dfdf43ecd7c40cfc456c5e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e2e7aaa602fda17f73bd5fd87fd54701697d36b9dfdf43ecd7c40cfc456c5e1, en de alinea staat in dat document op bytes 16090 tot 17181.