Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0187.
12. In aanmerking genomen dat niet wordt gesteld en evenmin blijkt dat verdachtes raadsman ook het woord is onthouden voor zover hij de afwezigheid van de verdachte wilde toelichten en een verzoek wilde doen om aanhouding van de behandeling van de zaak te verzoeken met het oog op de effectuering van het aanwezigheidsrecht van de verdachte of ten behoeve van het alsnog verkrijgen van een machtiging als bedoeld in art. 279 Sv brengt een en ander mij tot de slotsom dat het onderhavige geval niet kan worden gerekend tot de gevallen waarin een uitzondering moet worden gemaakt op de hoofdregel van art. 423, eerste lid, Sv. Dit betekent dat hoewel de beslissing niet terug te wijzen niet kan steunen op de door het Hof gegeven motivering, het Hof de zaak terecht niet heeft teruggewezen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e2e7aaa602fda17f73bd5fd87fd54701697d36b9dfdf43ecd7c40cfc456c5e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e2e7aaa602fda17f73bd5fd87fd54701697d36b9dfdf43ecd7c40cfc456c5e1, en de alinea staat in dat document op bytes 17201 tot 18003.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6e2e7aaa602fda17f73bd5fd87fd54701697d36b9dfdf43ecd7c40cfc456c5e1 | shasum -a 256