Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0187.
6 Zie J.W. Fokkens, Het EVRM en de afwezige verdachte,:Trema 1995, nr. 2, blz. 29-33. Zie over de vraag of het in eerste aanleg ten onrechte niet tot de verdediging toegelaten zijn in hoger beroep tot verwijzing moet leiden voorts M.J.A. Plaisier, Het verstek in strafzaken, diss. Tilburg, 1999, blz. 217-221; Swart in zijn noot onder HR NJ 1995, 517 en 't Hart in zijn noot onder HR 7 mei 1996, NJ 1996, 557.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e2e7aaa602fda17f73bd5fd87fd54701697d36b9dfdf43ecd7c40cfc456c5e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e2e7aaa602fda17f73bd5fd87fd54701697d36b9dfdf43ecd7c40cfc456c5e1, en de alinea staat in dat document op bytes 20935 tot 21357.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6e2e7aaa602fda17f73bd5fd87fd54701697d36b9dfdf43ecd7c40cfc456c5e1 | shasum -a 256