Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2004
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0191.
6. Het Hof heeft geoordeeld dat de noodzakelijkheid om de in het verzoek bedoelde manspersoon als getuige te horen niet is gebleken. Daarmee heeft het Hof de juiste maatstaf aangelegd (art. 315 Sv). De stelling dat het Hof, gelet op de brief van de raadsvrouw van 8 mei 2003, zich bij de beoordeling van genoemd verzoek overeenkomstig het bepaalde in art. 288 lid 1, aanhef en sub c, Sv had moeten laten leiden door het antwoord op de vraag of redelijkerwijs valt aan te nemen dat de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad door afwijzing van het verzoek had moeten beslissen, gaat niet op. De brief van de raadsvrouw van 8 mei 2003 houdt immers - voor zover van belang - niet meer dan het volgende in:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc831427a851befd0f4dbc6fbf64de98d521fe87a0361c96a4de7a61188e765f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc831427a851befd0f4dbc6fbf64de98d521fe87a0361c96a4de7a61188e765f, en de alinea staat in dat document op bytes 8482 tot 9202.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc831427a851befd0f4dbc6fbf64de98d521fe87a0361c96a4de7a61188e765f | shasum -a 256