Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2004
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0191.
De voorzitter deelt mede dat het hof de door de raadsvrouw aangevoerde gronden waarom zij geen eindpleidooi kan voeren, niet doorslaggevend vindt om de behandeling van de zaak aan te houden. Het hof biedt de raadsvrouw nogmaals aan om morgen, 15 mei 2003, pleidooi te kunnen voeren. Naar het oordeel van het hof heeft de raadsvrouw in de onderhavige zaak op grond van artikel 13 van de Advocatenwet niet het recht om in dit stadium de verdediging neer te leggen. Indien de raadsvrouw deze stap wel zet, zal het hof ernstig moeten overwegen om dit aan de Deken van de Orde van Advocaten voor te leggen. Het hof is van oordeel dat de raadsvrouw gedurende de afgelopen zes weken het juiste gewicht aan deze zaak had moeten toekennen en deze zaak naar behoren had moeten behandelen. Het hof houdt de verdediging verantwoordelijk voor de thans ontstane situatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc831427a851befd0f4dbc6fbf64de98d521fe87a0361c96a4de7a61188e765f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc831427a851befd0f4dbc6fbf64de98d521fe87a0361c96a4de7a61188e765f, en de alinea staat in dat document op bytes 18238 tot 19108.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dc831427a851befd0f4dbc6fbf64de98d521fe87a0361c96a4de7a61188e765f | shasum -a 256