Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 september 2004

Alinea 55 Parket bij de Hoge Raad 7 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0191.

14. Het onderhavige geval wordt hierdoor gekenmerkt dat het Hof het verzoek van verdachtes raadsvrouw tot aanhouding van de zaak voor pleidooi voor de duur van één week gelet op het feit dat zij doordat zij door ziekte van kantoorgenoten tijd heeft moeten besteden aan de zaken van die kantoorgenoten niet in staat is geweest een pleidooi adequaat voor te bereiden in zoverre heeft toegewezen dat het Hof de zaak heeft aangehouden voor pleidooi in de middag van de volgende dag. Daardoor kreeg de raadsvrouw de gelegenheid in elk geval de morgen van de volgende dag aan de voorbereiding van het pleidooi te besteden. Voorts was verdachtes raadsvrouw reeds twee maanden voor de zitting in de zaak betrokken geraakt en had zij zich daadwerkelijk met het onderzoek in de zaak bezig gehouden. Bovendien getuigt het optreden van de raadsvrouw ter terechtzitting gezien de ter terechtzitting gedane verzoeken tot nader onderzoek van grondige bestudering van de zaak en verklaart zij uiteindelijk ook zelf dat als verdachte dit wenst zij de volgende dag pleidooi kan voeren. Tegen deze achtergrond alsmede gelet op de ingewikkeldheid van de onderhavige zaak getuigt het kennelijke oordeel van het Hof dat verdachte niet wezenlijk werd beknot in de uitoefening van zijn hiervoor genoemde, in art. 6 lid 3, aanhef en onder b, EVRM genoemde rechten niet van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc831427a851befd0f4dbc6fbf64de98d521fe87a0361c96a4de7a61188e765f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc831427a851befd0f4dbc6fbf64de98d521fe87a0361c96a4de7a61188e765f, en de alinea staat in dat document op bytes 20926 tot 22319.