Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2004

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0252.

5. Namens verdachte is op 26 maart 2003 beroep in cassatie ingesteld. Blijkens een op de inventaris van de stukken geplaatst stempel zijn deze op 8 januari 2004 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Dat betekent dat er tussen het instellen van het beroep in cassatie en de binnenkomst van de stukken meer dan de in HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721 m.nt. JdH, rov. 3.3 bedoelde maximale termijn van acht maanden is verstreken. In zoverre is de klacht terecht voorgesteld. Nu de Hoge Raad de zaak binnen zestien maanden na het instellen van het cassatieberoep kan afdoen, waardoor de overschrijding van de inzendtermijn in voldoende mate wordt gecompenseerd, kan, wat betreft de totale duur van de berechting in cassatie, (voorshands) niet worden gesproken van een overschrijding van de redelijke termijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dfc8d485417953752b39b851fad24c8a317e19ed9f430f0551ad1479c18105b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dfc8d485417953752b39b851fad24c8a317e19ed9f430f0551ad1479c18105b, en de alinea staat in dat document op bytes 5710 tot 6531.