Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004
Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0263.
1.1. In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten zoals vermeld in rov. 4.1 van het bestreden arrest. Kort samengevat is verweerder in cassatie, [verweerder], sedert 20 mei 1997 in loondienst bij [B] B.V., de rechtsvoorgangster van [eiseres], thans eiseres tot cassatie. Vanaf medio 1999 is [verweerder] uitgezonden naar China om aldaar als projectmanager werkzaam te zijn voor engineeringprojecten van [eiseres]. Sedert 1 juni 2000 is hij door [eiseres] aangesteld als general manager, belast met de leiding over de Chinese activiteiten. [Verweerder] is op 16 augustus 2002 door [eiseres] op non-actief gesteld. Op 30 augustus 2002 heeft [eiseres], bij brief van haar raadsman, [verweerder] op staande voet ontslagen (art. 7:677 BW). Bij beschikking van 24 december 2002 heeft de kantonrechter te Amsterdam de arbeidsovereenkomst tussen partijen, voor zover deze nog bestaat, met ingang van 1 maart 2003 ontbonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7, en de alinea staat in dat document op bytes 4849 tot 5779.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7 | shasum -a 256