Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004
Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0263.
1.4. [Eiseres] en [A] B.V. zijn in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof te Amsterdam. Ten aanzien van [A] B.V. luidde grief IV dat zij niet de werkgeefster van [verweerder] is. Die grief is gegrond bevonden en deze vennootschap speelt in cassatie geen rol meer. Het hof heeft in zijn arrest van 27 maart 2003 de overige grieven beschouwd als gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat de loonvordering van [verweerder] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat een vooruitlopen daarop in dit kort geding gerechtvaardigd is. Bij de beoordeling hiervan staat de vraag centraal of het door [eiseres] gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7, en de alinea staat in dat document op bytes 7064 tot 7754.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7 | shasum -a 256