Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0263.
2.4. In de s.t. namens [eiseres] wordt de aandacht erop gevestigd dat in de vakliteratuur de belangstelling voor dit onderwerp weer is opgelaaid(9). Voor een deel gaat het, naar mijn indruk, om een voortzetting van een oude discussie over het zgn. incasso-kort geding: d.w.z. de vraag of een vordering in kort geding toegelaten is wanneer de gedaagde geen verweer of slechts kansloze verweren voert, ook al is aan de zijde van de eisende partij nauwelijks sprake van een spoedeisend belang. Daarover wil ik het nu niet hebben(10). Door Eeken, t.a.p., is gesteld dat in de praktijk vaak slechts lippendienst wordt bewezen aan het vereiste van een spoedeisend belang en de aandacht doorgaans wordt gericht op de twee overige vereisten: voldoende aannemelijkheid van de vordering en het restitutierisico. In het bijzonder wordt volgens deze schrijver uit het oog verloren dat een conservatoir beslag een goed alternatief kan zijn om de verkrijging van een geldvordering zeker te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7, en de alinea staat in dat document op bytes 13537 tot 14535.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7 | shasum -a 256