Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0263.
2.7. De kantonrechter heeft het partijdebat klaarblijkelijk aldus opgevat, dat van de drie elementen - spoedeisend belang, voldoende aannemelijkheid van de vordering, restitutierisico - alleen de voldoende aannemelijkheid van de vordering ter discussie stond (zie rov. 5). Met andere woorden, de kantonrechter is in zijn afweging uitgegaan van enerzijds de aanwezigheid van een spoedeisend belang zoals (onweersproken) door [verweerder] gesteld en anderzijds het restitutierisico dat onlosmakelijk verbonden is aan de toewijzing van een loonvordering in kort geding. Vervolgens heeft de kantonrechter zich bij de afweging van beide belangen gericht op de mate waarin de vordering aannemelijk is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7, en de alinea staat in dat document op bytes 16745 tot 17453.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7 | shasum -a 256