Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004
Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0263.
2.8. In hoger beroep was de situatie niet anders. In de grieven is de spoedeisendheid van de vordering niet betwist, noch heeft [eiseres] feiten of omstandigheden aangevoerd over het restitutierisico(11). Het hof heeft de grieven beschouwd als gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat de loonvordering van [verweerder] in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat een vooruitlopen daarop in dit kort geding gerechtvaardigd is (rov. 4.4, in cassatie onbestreden). Weliswaar had het hof ook ambtshalve opnieuw te beoordelen of de vordering voldeed aan de vereisten voor toewijzing in kort geding, maar bij gebreke van een processueel debat over andere elementen dan de aannemelijkheid van de vordering behoefde 's hofs positieve oordeel geen nadere motivering dan het hof heeft gegeven(12). Anders dan het middel meent, heeft het hof dus alle drie de vereisten in zijn oordeel betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7, en de alinea staat in dat document op bytes 17473 tot 18397.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7 | shasum -a 256