Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0263.

1 Zie art. 254 lid 4 Rv. Ten tijde van de inleidende dagvaarding bestond onduidelijkheid of [verweerder] in dienst was bij [eiseres] dan wel bij [A] B.V. die het loon betaalde. Het hof heeft dit vraagpunt in eerstbedoelde zin beantwoord: zie rov. 4.3.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dba2f879cba515ffe7ac6ee5fcfa3adf6d4a53c8d76f85b5e3a3ee23b88dd9f7, en de alinea staat in dat document op bytes 20132 tot 20396.