Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Alinea 202 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0424.

58 HR 30 januari 2004 (Parallel Entry), RvdW 2004, 26. Uit EG-rechtspraak over gelijke behandeling van mannen en vrouwen blijkt dat het feit dat een beding in een collectieve arbeidsovereenkomst is opgenomen, een rol kan spelen bij de beoordeling of een objectieve rechtvaardiging voor het maken van (indirect) onderscheid voorhanden is. Zie HvJ EG 31 mei 1995, NJ 1996,67 (Royal Copenhagen).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f409964ffeac3c6b5b2f14f298854a6a43d213da8041ddc543551e24d2096e58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f409964ffeac3c6b5b2f14f298854a6a43d213da8041ddc543551e24d2096e58, en de alinea staat in dat document op bytes 111289 tot 111694.