Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004
Alinea 85 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0424.
2.19 Alhoewel ik, uitgaande van verbindendheid van art. 16 Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid, meen dat die bepaling zich verzet tegen toewijzing van de vordering van [eiser] c.s., voor zover die vordering op een eindigen van de arbeidsverhouding tussen 1 mei 2004 en 2 december 2006 op grond van een reeds vóór 1 mei 2004 geldende CAO-bepaling betrekking heeft, kunnen daaraan géén consequenties worden verbonden ten aanzien van de ontvankelijkheid van [eiser] c.s. in het door hen ingestelde beroep in cassatie. In de eerste plaats moet worden bedacht dat het overgangsregime een onmiddellijk einde neemt met het van kracht worden van een nieuwe (collectieve) arbeidsovereenkomst na 1 mei 2004; op dit (voorshands onzekere) moment kan in het onderhavige geding in cassatie niet worden geanticipeerd. In de tweede plaats laat zich uit de stukken(44) afleiden dat de bij de procedure betrokken vliegers zich niet steeds in eenzelfde situatie bevinden: voor sommigen geldt dat zij de litigieuze pensioenleeftijd al voor 1 mei 2004 hebben bereikt (en dat hun dienstverband dus ook al vóór die datum, buiten het formele bereik van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid, is geëindigd)(45), sommigen zullen (gemeten naar de huidige stand van zaken) de pensioengerechtigde leeftijd eerst (geruime tijd) na ommekomst van de wettelijke overgangstermijn tot (uiterlijk) 2 december 2006 (soms pas in 2020!) bereiken(46), terwijl (wederom gemeten naar de huidige stand van zaken) slechts voor een enkeling een leeftijdsontslag in de overgangsperiode tussen 1 mei 2004 en 2 december 2006 dreigt(47). In de derde plaats meen ik dat het geding in cassatie zich niet goed leent voor een beoordeling van het belang van [eiser] c.s. bij de gevraagde verklaring voor recht in het licht van de nieuwe wet en de daarvan deel uitmakende overgangsregeling, zeker niet nu een uitleg van de vordering van [eiser] c.s., in het bijzonder in verband met de vraag op welke versie van de CAO de gevraagde verklaring voor recht betrekking zou moeten hebben, aan de feitenrechter is voorbehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f409964ffeac3c6b5b2f14f298854a6a43d213da8041ddc543551e24d2096e58. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f409964ffeac3c6b5b2f14f298854a6a43d213da8041ddc543551e24d2096e58, en de alinea staat in dat document op bytes 51716 tot 53851.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f409964ffeac3c6b5b2f14f298854a6a43d213da8041ddc543551e24d2096e58 | shasum -a 256