Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0427.

1.5. De deskundige, ir. F. Versteeg van het Instituut voor Sportaccomodaties van het NOC/NSF, heeft op 2 november 2000 een rapport uitgebracht. In dit rapport wordt geconstateerd dat de materialen waaruit de vloer is opgebouwd op zichzelf deugdelijk zijn, maar dat bij de proefnemingen ondanks een uiterst nauwkeurige applicatie geen (monster van een) sportvloer kon worden gerealiseerd die aan de DIN-norm voldoet. Als oorzaak wijst het rapport aan dat de kunststof, welke de basis van de sportvloer vormt, bestaat uit opencellig schuim. Hierop wordt een weefsel verlijmd. Daarover wordt vervolgens een vloeibare polyurethaanlaag aangebracht, die later verhardt. Plaatselijk zal de polyurethaan in de open celstructuur van het schuim dringen voor zover de lijm, gebruikt bij het leggen van het weefsel, deze open structuur niet heeft afgesloten. Het ontbreken van een effectieve afsluiting van de open celstructuur van het schuim en het daarin lopen van het vloeibare polyurethaan doen, na verharding van het polyurethaan, op diverse plaatsen harde plekken in de sportvloer ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28369d6408ff765bbd85afadeccb83ae40a5533cbaa61f2bc0f1a161cbc2c125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28369d6408ff765bbd85afadeccb83ae40a5533cbaa61f2bc0f1a161cbc2c125, en de alinea staat in dat document op bytes 8003 tot 9100.