Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004
Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0427.
2.11. In subonderdeel 1.1.3 wordt een aantal stellingen aangehaald, die BSW in feitelijke instanties had aangevoerd. M.i. is de motivering van de bestreden beslissing begrijpelijk, ook zonder dat het hof met zoveel woorden op elk van die stellingen is ingegaan. De gestelde omstandigheden dat BSW destijds zelf niet ermee bekend was dat een aparte laag ter afsluiting van de open celstructuur van de kunststof nodig was en dat het verschaffen van verwerkingsvoorschriften voor BSW niet gebruikelijk was, nemen niet weg dat het hof tot het oordeel kon komen dat [verweerster] mocht afgaan op het aan haar verstrekte verwerkingsvoorschrift, nu BSW daarbij geen voorbehoud had gemaakt. Op de stellingen dat [verweerster], anders dan BSW, deskundig is op het gebied van het aanleggen van sportvloeren, dat [verweerster] niet had mogen afgaan op de Vorprüfung en dat het gebruikelijk is eerst een proefstuk te maken, hetgeen ook [verweerster] had kunnen doen, is het hof in rov. 4.5 uitdrukkelijk ingegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28369d6408ff765bbd85afadeccb83ae40a5533cbaa61f2bc0f1a161cbc2c125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28369d6408ff765bbd85afadeccb83ae40a5533cbaa61f2bc0f1a161cbc2c125, en de alinea staat in dat document op bytes 21967 tot 22983.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/28369d6408ff765bbd85afadeccb83ae40a5533cbaa61f2bc0f1a161cbc2c125 | shasum -a 256