Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0427.

2.15. In geen van beide passages kan ik de stelling lezen dat [verweerster] dit had behoren te voorzien. Voor zover BSW bedoelt te stellen dat haar deskundigheid niet verder strekt dan de samenstelling van haar kunststof en dat de wijze van leggen (met inbegrip van het aanbrengen van een extra laag) tot het terrein behoort waarop [verweerster] als vloerenlegger deskundig is, heeft het hof geoordeeld dat [verweerster] mocht vertrouwen op het door BSW aan haar verstrekte verwerkingsvoorschrift. Daarin ligt het oordeel besloten dat de deskundigheid van [verweerster] niet zodanig was dat (BSW ervan mocht uitgaan dat) [verweerster] zelf wel kon begrijpen dat het verwerkingsvoorschrift ontoereikend was. Dat oordeel berust op een waardering van de feiten die aan het hof is voorbehouden. Onbegrijpelijk is het niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/28369d6408ff765bbd85afadeccb83ae40a5533cbaa61f2bc0f1a161cbc2c125. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 28369d6408ff765bbd85afadeccb83ae40a5533cbaa61f2bc0f1a161cbc2c125, en de alinea staat in dat document op bytes 25570 tot 26401.