Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0428.
7. De bestreden arresten van het Hof zijn totstandgekomen na het tijdstip van inwerkingtreding (1 januari 2002) van de Wet van 6 december 2001, Stb. 580, tot herziening van het procesrecht in burgerlijke zaken. Uit art. VII lid 2 van deze wet volgt dat ten aanzien van de mogelijkheid van het aanwenden van een rechtsmiddel tegen een beslissing van een gerecht die na het tijdstip van inwerkingtreding is totstandgekomen de bij die wet vastgestelde bepalingen, waaronder art. 401a lid 2 Rv, van toepassing zijn (vgl. HR 31 januari 2003, NJ 2003, 656; HR 31 januari 2003, NJ 2003, 657 nt. DA; HR 10 oktober 2003, NJ 2003, 709). Volgens art. 401a lid 2 Rv kan beroep in cassatie van de tussenarresten van het Hof slechts tegelijk met het eindarrest worden ingesteld, nu het Hof niet anders heeft bepaald en de overige in het artikel vermelde uitzonderingen evenmin van toepassing zijn. Uit dit een en ander volgt dat Mareb c.s. in hun cassatieberoep niet kunnen worden ontvangen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/baf0ba720a2685b4170ae1e19d5fc4a69615ea39f20981390c180cf2e7de36d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt baf0ba720a2685b4170ae1e19d5fc4a69615ea39f20981390c180cf2e7de36d4, en de alinea staat in dat document op bytes 8075 tot 9065.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/baf0ba720a2685b4170ae1e19d5fc4a69615ea39f20981390c180cf2e7de36d4 | shasum -a 256