Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 september 2004

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 17 september 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0434.

Met betrekking tot de door de man aan de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud heeft de rechtbank vooropgesteld dat de vrouw volgens haar eigen opgave een inkomen geniet van ongeveer f 70.160,- per maand (inclusief 13e maand en vakantiegeld) en voorts dat het inkomen van de man over 2000 volgens de fiscale jaaropgave f 163.830,- bedroeg en dat daarnaast het bedrijf van de man over de jaren 1998, 1999 en 2000 een winst uit onderneming (na belastingen) had van resp. f 112.177,-, f 76.604,- en f 87.166,-, waarbij geldt dat van deze winst een bedrag van resp. f 37.071,-, f 21.939,- en f 68.691,- (voor belastingen) afkomstig is van de gewone bedrijfsuitoefening door de man en dus niet van de vermogensinkomsten van de BV. Verder heeft de rechtbank tot uitgangspunt genomen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f59b8fb6c011452e12277182b8e7aed79bddfd02dc8a036cce5625d17f304c1a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f59b8fb6c011452e12277182b8e7aed79bddfd02dc8a036cce5625d17f304c1a, en de alinea staat in dat document op bytes 7819 tot 8635.