Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0965.

8. Het middel acht het oordeel van de Rechtbank dat Duits recht de rechtsverhouding tussen [eiser] en Deutag beheerst onjuist, althans onbegrijpelijk en niet naar de eisen der wet met redenen omkleed. De kern van het verwijt dat het middel de Rechtbank maakt, is verwoord in onderdeel b van het middel en houdt in dat de Rechtbank, die bij de vaststelling van het toepasselijke recht kennelijk toepassing heeft willen geven aan het beginsel van de accessoire aanknoping van de onrechtmatige daad (zoals neergelegd in art. 5 Wet conflictenrecht onrechtmatige daad), heeft miskend dat voor accessoire aanknoping slechts plaats is indien voldaan is aan de voorwaarde dat de bij de onrechtmatige daad betrokken partijen dezelfde zijn als die tussen welke een (andere) rechtsverhouding bestaat (resp. heeft bestaan) waarop de aanknoping is gebaseerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f, en de alinea staat in dat document op bytes 9471 tot 10330.