Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004
Alinea 25 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0965.
10. Voorts dient vooropgesteld te worden dat - zoals ook beide partijen in cassatie tot uitgangspunt hebben genomen - de Rechtbank de door [eiser] tegen Deutag ingestelde rechtsvordering met het oog op de vraag naar het toepasselijke recht heeft gekwalificeerd als een vordering uit onrechtmatige daad. Daarop wijst de omstandigheid dat de Rechtbank bij de rechtsaanwijzing het leerstuk van de accessoire aanknoping heeft gehanteerd, een leerstuk dat in het Nederlandse conflictenrecht met betrekking tot het verbintenissenrecht buiten het terrein van de onrechtmatige daad geen positiefrechtelijke betekenis heeft, alsmede de omstandigheid dat de Rechtbank bij haar onderzoek niet heeft betrokken de verwijzingsregeling van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (EVO), hetgeen voor de hand zou hebben gelegen indien de Rechtbank ervan was uitgegaan dat de vordering van [eiser] dient te worden gekwalificeerd als een vordering uit (arbeids)overeenkomst.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f, en de alinea staat in dat document op bytes 10738 tot 11753.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f | shasum -a 256