Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0965.

12. Een eerste uitzondering is imperatief geformuleerd en houdt in dat, indien dader en benadeelde in dezelfde Staat hun gewone verblijfplaats onderscheidenlijk plaats van vestiging hebben, het recht van deze Staat van toepassing is. De uitzondering staat bekend als de "gevolgenuitzondering" en is aanvaard in het reeds genoemde COVA-arrest van de Hoge Raad en heeft inmiddels een wettelijke basis gekregen in art. 3 lid 3 WCOD. Zie over deze uitzonderingsregel J.A. Pontier, Onrechtmatige daad, Praktijkreeks IPR, deel 16, 2001, nrs. 132-135; L. Strikwerda, Inleiding tot het Nederlandse Internationaal Privaatrecht, 7e dr., 2002, nr. 181; P. Vlas, De onrechtmatige daad in het ipr, in: Kluwers Onrechtmatige daad, losbl., onder IX, aant. 18.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f, en de alinea staat in dat document op bytes 12235 tot 12993.