Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0965.

13. Een tweede uitzondering betreft het geval waarin een onrechtmatige daad nauw verbonden is met een tussen dader en benadeelde bestaande of gewezen rechtsverhouding. In een zodanig geval kan (de uitzondering is facultatief; vgl. Kamerstukken II, 1998/99, 25 608, nr. 3, blz. 8/9) in afwijking van de lex loci delicti-regel en in afwijking van de gevolgenuitzondering het recht worden toegepast dat die andere rechtsverhouding beheerst. Deze uitzondering is in de lagere rechtspraak tot ontwikkeling gekomen en vindt thans een regeling in art. 5 WCOD. Zie over deze uitzonderingsregel Pontier, a.w., nrs. 136-143; Strikwerda, a.w., nr. 182; Vlas, a.w., aant. 31; L. Strikwerda, De internationale onrechtmatige daad en accessoire aanknoping, in: Dubbink-bundel, 1998, blz. 47-56; K.J. Veenstra, Accessoire aanknoping in het internationale onrechtmatige daadsrecht, J. Kosters-reeks, deel IV, 2001; A.P.M.J. Vonken, Accessoire aanknoping in het licht van artikel 5 Wet conflictenrecht onrechtmatige daad, NIPR 2003, blz. 233 e.v.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f, en de alinea staat in dat document op bytes 13013 tot 14055.