Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0965.

14. Een derde uitzondering ligt besloten in de vrijheid van rechtskeuze van partijen. Partijen zijn ingevolge art. 6 WCOD, waarin aansluiting is gezocht bij de in het meergenoemde COVA-arrest aanvaarde partij-autonomie op het gebied van de internationale onrechtmatige daad, bevoegd zelf het toepasselijke recht aan te wijzen. Hebben zij rechtsgeldig van deze bevoegdheid gebruik gemaakt, dan vervangt het door hen als toepasselijk aangewezen rechtsstelsel het rechtsstelsel dat volgens de objectieve verwijzingsregels van toepassing is. Zie over de rechtskeuzebevoegdheid inzake onrechtmatige daad Pontier, a.w., nrs. 144-155; Strikwerda, a.w. (2002), nr. 183; Vlas, a.w., aant. 32.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f, en de alinea staat in dat document op bytes 14075 tot 14772.