Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0965.

16. Art. 5 WCOD stelt als voorwaarde voor accessoire aanknoping van de onrechtmatige daad aan een reeds bestaande of gewezen rechtsverhouding, dat dader en benadeelde partij zijn bij die rechtsverhouding. Zie ook HR 12 oktober 2001, NJ 2002, 255 nt. ThMdB, r.o. 3.7. De voorwaarde hangt samen met de ratio van de accessoire aanknoping: zij dient ertoe conflictenrechtelijke aanpassingsproblemen te voorkomen bij mogelijke samenloop van vorderingsrechten uit onrechtmatige daad en uit de andere tussen partijen bestaande of gewezen rechtsverhouding en brengt daartoe de vorderingsrechten conflictenrechtelijk onder één wet. Vgl. Kamerstukken II 2000/01, 26 608, nr. 5, blz. 10. In de literatuur is de door de wetgever gestelde voorwaarde overigens niet onomstreden. Zie bijv. Pontier, a.w., nr. 141, en Vonken, a.w., onder 4, die op dit punt een wetswijziging voorstelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f, en de alinea staat in dat document op bytes 15617 tot 16502.