Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP0965.
20. Het onderdeel treft doel. De gevolgenuitzondering, zoals gecodificeerd in art. 3 lid 3 WCOD, heeft een imperatief karakter. Nu vaststaat dat [eiser] zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft en Deutag gevestigd is in Nederland en nu ervan moet worden uitgegaan dat in het onderhavige geval geen plaats is voor toepassing van de figuur van de accessoire aanknoping, kan, waar is gesteld noch gebleken dat partijen rechtsgeldig een ander rechtsstelsel als toepasselijk hebben aangewezen, de conclusie geen andere zijn dan dat de door [eiser] jegens Deutag gepretendeerde vordering, die door de Rechtbank - in cassatie onbestreden - is gekwalificeerd als een vordering uit onrechtmatige daad, wordt beheerst door Nederlands recht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f, en de alinea staat in dat document op bytes 18746 tot 19495.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4c2402fb169f8635ddbfc9b4dc41749754f4f49e0ac52deaf07d94bfa0857d9f | shasum -a 256