Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 juli 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1074.

15) Onderdeel 3 bestrijdt r.o. 4.11, waarin de rechtbank heeft overwogen dat de stelling van de Zwolsche dat de vordering van Vormenfabriek moet worden afgewezen omdat zij nimmer in gebreke is gesteld en nimmer in verzuim is geweest, moet worden verworpen aangezien het hier niet gaat om vergoeding van kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte als bedoeld in art. 6:96 lid 2 onder c, maar om vergoeding van kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in art. 6:96 lid 2 onder b. De klacht voert aan dat uit de gedingstukken blijkt dat Vormenfabriek ook van sub c-kosten vergoeding heeft gevraagd en dat een deel van de geclaimde (en door de rechtbank toegewezen) kosten tot die categorie behoort, zodat het oordeel van de rechtbank onbegrijpelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d9d871853066d477e2ffdcb371c52e8ebd70c498740f6a4c676109dfa83f5f4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d9d871853066d477e2ffdcb371c52e8ebd70c498740f6a4c676109dfa83f5f4e, en de alinea staat in dat document op bytes 28319 tot 29117.