Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1083.

De rechtbank oordeelde dat [eiseres] niet was geslaagd in het haar opgedragen bewijs. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank komen vast te staan dat [A] B.V. geen volmacht heeft verleend en niet aan de overeenkomst is gebonden; hieruit volgt dat deze vennootschap zich evenmin op enig in die overeenkomst vervat financieringsvoorbehoud heeft kunnen beroepen, zodat ook het subsidiaire verweer van [eiseres] dient te worden verworpen, aldus de rechtbank. De conclusie van de rechtbank is dan ook dat [eiseres] op de voet van artikel 3:70 BW aansprakelijk is voor de schade die [verweerster] heeft geleden als gevolg van het feit dat [eiseres] niet bevoegd was [A] B.V. te vertegenwoordigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d, en de alinea staat in dat document op bytes 10265 tot 10973.