Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004
Alinea 54 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1083.
Volgens de parlementaire geschiedenis (PG Boek 3, p. 283) dient het in artikel 3:70 bedoelde instaan voor bestaan en omvang van de volmacht te worden beschouwd als een stilzwijgend door de pseudo-gevolmachtigde jegens de wederpartij aangegane verbintenis, zie ook Losbl. Vermogensrecht, aant. 3 op art. 70 (Van der Korst) en Mon. Nieuw BW B-5, nr. 47 (Van Schaick). In de literatuur wordt ook wel aangenomen dat door de bepaling zelf een verbintenis tussen de pseudo-gevolmachtigde en de derde in het leven wordt geroepen (zo Bloembergen-Van Dam-Hijma-Valk, Rechtshandeling en overeenkomst, 2001, p. 130 en Asser-Van der Grinten 2-I, Vertegenwoordiging, 1990, nr. 93); het gaat volgens deze schrijvers niet om een verbintenis die voortspruit uit een rechtshandeling, maar om een verbintenis uit de wet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d, en de alinea staat in dat document op bytes 19866 tot 20682.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d | shasum -a 256