Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004
Alinea 56 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1083.
17) In de onderhavige zaak luidt het verweer van de pseudo-gevolmachtigde dat, ook indien een toereikende volmacht zou hebben bestaan, de gesloten overeenkomst niet zou zijn uitgevoerd omdat de pseudo-gevolmachtigde zich in dat geval met succes zou hebben beroepen op een ontbindende voorwaarde, het in de overeenkomst vervatte financieringsvoorbehoud. Dit verweer roept herinneringen op aan de zaak die leidde tot HR 20 februari 2004, RvdW 2004, 36, waarin het verweer van de pseudo-gevolmachtigde inhield dat de pseudo-volmachtgever, ook indien een toereikende volmacht zou hebben bestaan, de gesloten overeenkomst niet zou zijn nagekomen en voor die niet-nakoming geen verhaal zou hebben geboden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d, en de alinea staat in dat document op bytes 21546 tot 22259.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d | shasum -a 256