Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004
Alinea 58 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1083.
19) In het arrest van 20 februari 2004 heeft de Hoge Raad overwogen (r.o. 3.5.1, slot) dat de regel van artikel 3:70 BW veronderstelt dat de overeenkomst, indien deze met een toereikende volmacht zou zijn totstandgekomen, door de pseudo-principaal en de derde over en weer naar behoren zou zijn nagekomen, zoals in het maatschappelijk verkeer ook gebruikelijk is. Uit art. 150 Rv. vloeit, aldus de Hoge Raad (r.o. 3.5.2), voort dat
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d, en de alinea staat in dat document op bytes 23030 tot 23475.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d | shasum -a 256