Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004
Alinea 71 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1083.
's Hofs oordeel wordt niet onbegrijpelijk doordat [A] B.V. via haar bedrijfsjurist [betrokkene 2] aanvankelijk een beroep heeft gedaan op het financieringsvoorbehoud (productie 10 bij pleidooi van 30 augustus 1995). Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het hof aannemelijk geacht dat dit beroep op het financieringsvoorbehoud slechts - oneigenlijk - werd gebruikt om van de door [eiseres] met [verweerster] totstandgebrachte koopovereenkomst af te komen. Zie in dit verband ook het proces-verbaal van de getuigenverklaring van [betrokkene 3], waarin staat te lezen: "Ik neem aan dat [betrokkene 2] geprobeerd heeft de zaak op een aardige manier op te lossen." Zou [eiseres] wel over een toereikende volmacht hebben beschikt, dan zou bij [A] B.V. waarschijnlijk niet de wens hebben bestaan onder de gesloten koopovereenkomst uit te komen, zo heeft het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk geredeneerd. Bovendien zegt het enkele beroep op een financieringsvoorbehoud uiteraard nog niets over de houdbaarheid daarvan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d, en de alinea staat in dat document op bytes 32294 tot 33323.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d | shasum -a 256