Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Alinea 72 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1083.

Ook de stellingen van [eiseres] omtrent de ruime formulering van het financieringsvoorbehoud, met name over de termijn en het oordeel over wat een geschikte financiering is (pleitaantekeningen zijdens [eiseres] d.d. 5 februari 1999, nrs. 3 e.v.) noopten het hof m.i. niet tot een nadere motivering. Ten eerste is met deze stellingen niets gezegd over de vraag òf [A] B.V., indien een toereikende volmacht zou hebben bestaan, een beroep zou hebben willen doen op het financieringsvoorbehoud. Ten tweede biedt ook een ruim geformuleerd financieringsvoorbehoud geen onbeperkte mogelijkheden om daarop een beroep te doen; het beding zal aan de hand van de Haviltex-maatstaf moeten worden uitgelegd (vgl. HR 6 november 1987, NJ 1988, 212 en HR 27 januari 1989, NJ 1989, 816) terwijl voorts een beroep erop onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn (vgl. HR 21 oktober 1988, NJ 1989, 80 en HR 21 juni 1996, NJ 1996, 698).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d, en de alinea staat in dat document op bytes 33331 tot 34311.