Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1083.

Dat FGH Bank N.V. blijkens productie 6 zijdens [eiseres] bij pleidooi d.d. 30 augustus 1995 niet bereid was tot financiering van de totale koopsom zonder aanvullende zekerheden, maakt 's hofs oordeel evenmin onbegrijpelijk. Dit geldt temeer nu [verweerster] heeft gesteld dat 100% financiering van bedrijfsmatig onroerend goed niet aan de orde is en dat een financieringsinstelling slechts zal willen financieren tot aan de executiewaarde, terwijl voor het verschil tussen de executiewaarde en de waarde in het economisch verkeer aanvullende zekerheden gevraagd zullen worden, dat dit voor [A] B.V. ook geen enkel probleem was gezien haar vermogenstoestand, en dat FGH Bank wèl wilde financieren, maar dat aan deze bank niet-marktconforme voorwaarden zijn gevraagd welke zijn afgewezen (aanvulling op pleitnotities mr Buter pleidooi d.d. 30 augustus 1995, p. 3 en memorie van antwoord d.d. 6 juni 2002, nr. 8). Deze stellingen van [verweerster], die het minder aannemelijk maken dat [A] B.V. bij een toereikende volmacht een beroep op het financieringsvoorbehoud had willen en kunnen doen, zijn door [eiseres] blijkens de gedingstukken niet weersproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0ef7121247386fa9fb58a3dc4af11d6a4d4eec33d9695317ae08487315809d1d, en de alinea staat in dat document op bytes 34319 tot 35486.