Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 augustus 2004

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 31 augustus 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 augustus 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1213.

Een blijvende verwijdering van de belager uit de samenleving wordt door ondergetekenden niet beoogd, zoals de Minister van Justitie in de brief lijkt te suggereren. Met geen enkele strafbepaling in het Wetboek van Strafrecht wordt dat nagestreefd. Levenslange gevangenisstraf wordt niet of nauwelijks opgelegd. Ondergetekenden zien het strafrecht als een ultimum remedium. De conflictsituatie tussen slachtoffer en belager kan via andere methoden worden beslecht. Te denken valt aan bemiddeling. Ondergetekenden zijn daarvan een voorstander. Veel slachtoffers van belaging proberen allereerst zelf of via derden als bemiddelaar met de belager tot een vergelijk te komen. Lukt dat niet, dan moet er uit een ander vaatje getapt worden. Toepassing van het strafrecht is aan de orde, indien minder ingrijpende methoden niet baten. Met de strafbaarstelling van belaging willen ondergetekenden benadrukken dat het hier om een ernstig delict gaat ten koste van anderen in de samenleving en dat de belager gestraft behoort te worden voor zijn gedragingen. Mocht de rechter in het concrete geval kiezen voor het opleggen van een gevangenisstraf, dan betekent dat voor het slachtoffer van belaging een periode van relatieve rust."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/896a34e51f667203a78c4e1eb0ac5a4aad6f758e614d84c5a2915bb958b255d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 896a34e51f667203a78c4e1eb0ac5a4aad6f758e614d84c5a2915bb958b255d4, en de alinea staat in dat document op bytes 7946 tot 9179.