Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 augustus 2004

Alinea 60 Parket bij de Hoge Raad 31 augustus 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 augustus 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1213.

In "inbreuk maken" zit besloten dat de privacy-gerechtigde de storing in zijn persoonlijke levenssfeer niet wenst. Vindt iemand een storing niet ongewenst, dan is er dus geen sprake van "inbreuk maken". Wanneer iemand bijvoorbeeld 's nachts ongevraagd en stelselmatig opgebeld wordt door een hijger, maar daar zelf van geniet en dat laat blijken, dan kan er niet gesteld worden dat er van een strafrechtelijk relevante inbreuk sprake is. Wie impliciet of uitgesproken toestemming geeft tot een daad, die anders strafrechtelijk relevant zou kunnen zijn, heeft strafrechtelijk niets te klagen. Hier geldt het juridische adagium "volenti non fit iniuria" (wie toestemt heeft zijn recht verwerkt).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/896a34e51f667203a78c4e1eb0ac5a4aad6f758e614d84c5a2915bb958b255d4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 896a34e51f667203a78c4e1eb0ac5a4aad6f758e614d84c5a2915bb958b255d4, en de alinea staat in dat document op bytes 19986 tot 20692.