Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1318.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat uit de overgelegde overlijdensadvertentie blijkt dat [verweerster] is erkend als een kind van [betrokkene 1], nu [verweerster] evident als jongste van de kinderen staat vermeld. Voor zover [betrokkene 1] in 1998 en 1999 [verweerster] weigerde als zijn dochter te erkennen, is het voor het hof duidelijk geworden dat in deze situaties de opstelling van [betrokkene 4] bepalend was. Het hof hecht dan ook geen waarde aan deze verklaring. Voorts neemt het hof in aanmerking de spaarrekening die, zoals ter zitting is bevestigd door [betrokkene 2], na een positief resultaat van de door [betrokkene 1] opgedragen bloedtest ten behoeve van zijn dochter [verweerster] is geopend, zomede de condoleancefoto uit de krant, waarop [verweerster] op de voorste rij tussen de overige kinderen van de heer [betrokkene 1] staat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d43f9ef05be3d5a0e93cc4ce498a644245ff47ad3ffb43b54072cce1c57f929f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d43f9ef05be3d5a0e93cc4ce498a644245ff47ad3ffb43b54072cce1c57f929f, en de alinea staat in dat document op bytes 9737 tot 10607.