Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004
Alinea 41 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1318.
" (...) vroeg ter zake van de ontkenning van het vaderschap in hoeverre hierbij bewijs geleverd moet worden. (...) Hier gelden de algemene regels van het bewijsrecht. Ik citeer de tweede zin van artikel 176 Rv.: "Feiten of rechten die door de ene partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende zijn betwist, moet de rechter als vaststaand beschouwen, behoudens zijn bevoegdheid bewijs te verlangen, zo vaak aanvaarding van de stellingen zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije beschikking van partijen staat." Het gaat hier om een rechtsgevolg dat niet er vrije beschikking van partijen staat. Dit betekent dat de rechter bewijs kan verlangen, ook al is de ontkenning van het vaderschap niet betwist. De rechter is hiertoe niet verplicht. In zaken als de ontkenning van het vaderschap mogen we veronderstellen dat de rechter, zodra hij de verklaringen van partijen niet helemaal vertrouwt, bij voorbeeld omdat deze (onbewust) een tegenstrijdigheid bevatten, bewijs zal gelasten"(8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d43f9ef05be3d5a0e93cc4ce498a644245ff47ad3ffb43b54072cce1c57f929f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d43f9ef05be3d5a0e93cc4ce498a644245ff47ad3ffb43b54072cce1c57f929f, en de alinea staat in dat document op bytes 13511 tot 14533.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d43f9ef05be3d5a0e93cc4ce498a644245ff47ad3ffb43b54072cce1c57f929f | shasum -a 256