Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1318.

"9. In dezen is in eerste aanleg nimmer verzocht om een DNA-test, welke zou worden uitgevoerd door een deskundige. Thans wordt een dergelijke test bemoeilijkt, omdat [betrokkene 1] reeds is overleden, en zijn stoffelijke overschotten zijn overgedragen aan de vrijmetselaarsloge op Curaçao. De familieleden beschikken derhalve feitelijk niet meer over het lichaam van [betrokkene 1] [eiser] en zijn familieleden achten de test buitengewoon morbide, doch acht[t]en geen andere mogelijkheid aanwezig indien u.e.a. zulks noodzakelijk acht om het vaderschap vast te stellen, dan wel vast te stellen dat er geen sprake is van vaderschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d43f9ef05be3d5a0e93cc4ce498a644245ff47ad3ffb43b54072cce1c57f929f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d43f9ef05be3d5a0e93cc4ce498a644245ff47ad3ffb43b54072cce1c57f929f, en de alinea staat in dat document op bytes 15854 tot 16499.