Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1318.

2.16 [Eiser] klaagt slechts dat hij door het hof niet "(...) in de gelegenheid is gesteld zich in redelijkheid adequaat te verweren, bijvoorbeeld door middel van het horen van eigen informanten op een nader te bepalen zitting, dan wel door middel van het nemen van een akte, dan wel door het leveren van tegenbewijs." Hij meent dat hierdoor de goede procesorde en het beginsel van hoor en wederhoor zijn geschonden. Evenals hij in klachtonderdeel c I betoogt, meent [eiser](14) dat ook in dit kader "toepassing van de normale (hoofd)regel van 150 Rv, zonder toepassing van een verzwaarde stelplicht en/of de billijkheidscorrectie als bedoeld in artikel 150 Rv laatste bijzin, rechtens onjuist [is - W-vG]."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d43f9ef05be3d5a0e93cc4ce498a644245ff47ad3ffb43b54072cce1c57f929f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d43f9ef05be3d5a0e93cc4ce498a644245ff47ad3ffb43b54072cce1c57f929f, en de alinea staat in dat document op bytes 19846 tot 20566.