Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Alinea 73 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1349.

De toepassing van de redelijkheid en billijkheid is per definitie afhankelijk van de feitelijke omstandigheden(18) en in dit geval worden deze ook nadrukkelijk benoemd. Van doorslaggevend belang acht het hof daarbij de door hem geconstateerde omstandigheid dat [eiser] de vrachtwagencombinatie heeft onderverhuurd aan [betrokkene 2], zonder [verweerder] daaromtrent te informeren laat staan met diens toestemming. Het hof merkt nadrukkelijk op dat partijen met elkaar in deze rechtsverhouding zijn geraakt doordat [verweerder] als gelegenheidsbestuurder is gaan optreden (rov. 4.7). Met een dergelijke aanvulling van de feitelijke omstandigheden is het hof buiten de grenzen van het partijdebat getreden en is sprake van een schending van art. 24 Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/997b8817eb935d5219fbcb01d2cd8b29a6a1b8c832822bcee6ea2aa423bcb9a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 997b8817eb935d5219fbcb01d2cd8b29a6a1b8c832822bcee6ea2aa423bcb9a7, en de alinea staat in dat document op bytes 27077 tot 27840.