Citaat | Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004
Alinea 76 Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 11 juni 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1349.
2.20 Het hof is ten onrechte niet tot de conclusie is gekomen dat de vordering van [verweerder] had moeten worden afgewezen. De Hoge Raad kan derhalve op grond van art. 420 Rv. de zaak zelf afdoen met vernietiging van het bestreden arrest en bekrachtiging van de drie vonnissen van de rechtbank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/997b8817eb935d5219fbcb01d2cd8b29a6a1b8c832822bcee6ea2aa423bcb9a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 997b8817eb935d5219fbcb01d2cd8b29a6a1b8c832822bcee6ea2aa423bcb9a7, en de alinea staat in dat document op bytes 28914 tot 29222.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/997b8817eb935d5219fbcb01d2cd8b29a6a1b8c832822bcee6ea2aa423bcb9a7 | shasum -a 256