Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 november 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1428.

3.9 Ik meen dat op basis van de hiervoor beschreven stellingnames van de partijen niet gezegd kan worden dat de vordering van [eiseres] tot betaling door Trudo van een bedrag van ƒ 6.000,-- niet beslissingsrijp was. Van een verrassingsbeslissing is dan ook geen sprake.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce7b7c758483f10c8875df2ff7effcac2168dd35a4b8c13ad9f13694de5d83ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce7b7c758483f10c8875df2ff7effcac2168dd35a4b8c13ad9f13694de5d83ff, en de alinea staat in dat document op bytes 18892 tot 19175.