Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 oktober 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AP1435.

2.3 Het middel komt daarnaast in onderdeel 6 met een rechtsklacht op tegen de overweging van het hof dat voorzover al door het ontbreken van het noemen van de Staat in de appeldagvaarding bij [eiseres] c.s. de illusie zou zijn gewekt dat de Bank het appel wenste te beperken tot hetgeen zij uit eigen hoofde vorderde, deze illusie reeds bij memorie van grieven is verstoord. Het onderdeel klaagt dat voor herstel van fouten en vergissingen in dit opzicht slechts beperkte ruimte bestaat en een tot de appellant pro se beperkte dagvaarding niet in de door het hof bedoelde zin kan worden uitgebreid door in de memorie van grieven wel melding te maken van het feit dat de appellant ook in appel mede optreedt namens de door hem in eerste aanleg vertegenwoordigde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/529bf45d33d25c517d9293f0c00f901d3e25455278d835ccac1d042cb97f73e6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 529bf45d33d25c517d9293f0c00f901d3e25455278d835ccac1d042cb97f73e6, en de alinea staat in dat document op bytes 22406 tot 23180.